Permanente personeelsschaarste en de Arbovisie 2040
Voor veel organisaties is het lastig om mensen vast te houden of nieuwe collega's te vinden. Door vergrijzing en de veranderende arbeidsmarkt verandert dat de komende decennia niet structureel. Hoogleraar Theo Wilthagen vat het kernachtig samen: "krapte is kiezen". Ook binnen je eigen organisatie moet je keuzes maken over wat je nog doet, en met wie. Sommige van die keuzes raken direct aan gezond en veilig werken. Precies daarover gaat de Arbovisie 2040. Read More
De Arbovisie 2040 is het toekomstbeeld van het ministerie van SZW voor gezond en veilig werken. De centrale vraag is scherp: hoe zorg je in een langdurig krappe en snel veranderende arbeidsmarkt voor medewerkers die effectief én gezond blijven? In dit artikel lees je wat de Arbovisie 2040 vraagt van werkgevers, waarom werkdruk en psychosociale arbeidsbelasting (PSA) daarbij het grootste risico vormen, en wat je nu al kunt doen.
Wat is de Arbovisie 2040?
De Arbovisie 2040 (2023) beschrijft de doelen voor arbeidsomstandigheden richting 2040: werkenden zo gezond en veilig mogelijk laten werken, zonder klachten aan hun werk over te houden, ook niet na hun pensioen. De ambitie is stevig. Op termijn wil het kabinet dat niemand meer overlijdt of ziek wordt door het werk, wat een trendbreuk vraagt van achteraf herstellen naar vooraf voorkomen.
De SER adviseert het kabinet over die visie. Na een eerste advies volgde in mei 2025 het tweede deel, met als kern: versterk de preventie en maak arboregels effectiever en beter uitvoerbaar. Die nadruk is geen toeval. Onder blijvende personeelsschaarste wordt het voorkomen van uitval belangrijker dan ooit, want wie uitvalt is in een krappe markt bijna niet te vervangen.
Werk intensiveert, in twee vormen
Er spelen meerdere grote transities tegelijk: digitalisering, vergrijzing, een 24-uurssamenleving en meer diversiteit aan arbeidsrelaties. Voor jou als werkgever komt het vaak op hetzelfde neer: hetzelfde of meer werk verzetten met minder mensen. Nieuwe technologie zoals robotica, AI en automatisering kan helpen, maar verandert tegelijk de inhoud van het werk en de eisen die je aan mensen stelt.
Het gevolg is werkintensivering: het werk verandert in tempo en aard. De WRR maakt daarbij onderscheid tussen twee vormen.
Kwantitatieve intensivering: meer werk in dezelfde tijd, dus een hoger werktempo.
Kwalitatieve intensivering: de aard van het werk verandert, waardoor de mentale inspanning of de emotionele belasting toeneemt.
Digitalisering versterkt beide. Doordat mensen altijd bereikbaar zijn, vervaagt de grens tussen werk en privé en wordt werk ook als intensiever ervaren. Beide vormen leiden tot hetzelfde risico: een hogere psychosociale arbeidsbelasting.
PSA: een groeiend arbeidsrisico
Psychosociale arbeidsbelasting is in de Arbowet gedefinieerd als de factoren in de werksituatie die stress veroorzaken, zoals werkdruk en ongewenste omgangsvormen. Het is geen zachte, ongrijpbare factor, maar een meetbaar arbeidsrisico met harde gevolgen.
De cijfers onderstrepen dat. PSA veroorzaakt bijna 20% van de totale werkgerelateerde ziektelast en is, samen met andere factoren, verantwoordelijk voor bijna 30% van de verzuimdagen [bron: vzinfo.nl). Dat verzuim neemt de laatste jaren toe, en het tikt dubbel aan: uitval vergroot de druk op wie er nog wel staat, en die extra druk voedt weer nieuwe uitval.
Uitval door PSA komt zelden door één oorzaak. Bekende risicofactoren zijn hoge taakeisen, weinig autonomie, gebrek aan steun van collega’s of leidinggevende, een mismatch tussen functie en vaardigheden, toekomstonzekerheid en ongewenst gedrag. Dat is ook goed nieuws: er zijn dus altijd meerdere aanknopingspunten om de kans op uitval te verkleinen.
Wat de Arbovisie 2040 vraagt van werkgevers
De rode draad in de Arbovisie 2040 is een verschuiving van curatief naar preventief. Niet wachten tot iemand uitvalt en dan repareren, maar het werk zo inrichten dat mensen gezond blijven. In de praktijk gebeurt vaak het omgekeerde: bij krapte is de reflex al snel “harder werken en de gaten opvullen”, en precies dat verergert de werkdruk en de PSA die je juist wilt terugdringen.
Hier komt de human-factors-blik binnen. Werkdruk is geen eigenschap van een individu dat “het niet aankan”, maar het resultaat van de wisselwerking tussen mens, taak, techniek en organisatie. Een verpleegkundige die structureel overloopt, is meestal geen kwestie van veerkracht, maar van een rooster, een taakverdeling en systemen die niet op elkaar aansluiten. Wie alleen aan de mens sleutelt met een cursus timemanagement, laat de echte oorzaak onaangeroerd.
Preventief beleid werkt daarom pas als je het werk zelf herontwerpt: welke taken doen er echt toe, hoe ontlast techniek mensen in plaats van ze op te jagen, en hoe breng je autonomie en steun terug in het werk? Zo koppel je de ambitie van de Arbovisie 2040 aan de realiteit van personeelsschaarste: werk zo organiseren dat het haalbaar blijft, ook met minder mensen.
Wat je nu kunt doen
Je hoeft niet te wachten op nieuwe wetgeving om te beginnen. Twee bewegingen helpen je vooruit: scherpere keuzes maken, en preventief investeren in gezond werk.
Kies wat je nog doet, en met wie. Breng in kaart welke processen echt cruciaal zijn en welke je kunt afstoten, automatiseren of anders beleggen. Zo houd je de dienstverlening op peil zonder alles op je team te laden.
Maak werkdruk meetbaar. Neem PSA en werkdruk expliciet mee in je RI&E in plaats van erop te vertrouwen dat je het wel voelt. Wat je in beeld hebt, kun je gericht aanpakken.
Pak de bron aan, niet het symptoom. Verlaag de taakeisen waar het kan, vergroot autonomie en zorg voor steun in het team. Dat raakt de bekende oorzaken van uitval directer dan een losse training.
Zet techniek gericht in. Laat robotica en automatisering vooral de zware, saaie of gevaarlijke taken overnemen, en let op dat je geen nieuwe belasting introduceert.
Betrek de mensen zelf. Verbeteringen die medewerkers zelf bedenken, beklijven beter dan een verandering die van bovenaf wordt uitgerold.
Hoe dit in de praktijk uitpakt
Op een verpleegafdeling van een academisch ziekenhuis stond werkdrukverlaging hoog op de agenda. Eerdere acties, na een medewerkersonderzoek, hadden onvoldoende duurzaam effect. We kozen niet voor een kant-en-klare oplossing, maar voor een aanpak waarin het team zelf eigenaar werd.
Met een regiegroep en een focusgroep van tien medewerkers brachten we via een groepsinterview met storytelling de werkdruk in kaart. Dat leverde een causaal diagram op, waarin het samenspel tussen oorzaken en gevolgen zichtbaar werd. Vervolgens formuleerde het team een gedeelde ambitie voor de afdeling, en werkten vijf kartrekkers voor de vijf belangrijkste oorzaken een concreet verbetervoorstel uit.
Het resultaat was geen dik rapport, maar richting en eigenaarschap: medewerkers wisten waar ze het voor deden en hoe ze zelf bijdroegen aan lagere werkdruk en meer werkplezier. Dat is preventie zoals de Arbovisie 2040 die bedoelt, gedragen door de mensen zelf. Meer voorbeelden vind je bij onze cases (/cases/).
“vhp heeft ons laten zien hoe je door het gezamenlijk analyseren van de ervaren werkdruk zelf als team invloed kunt hebben op het vergroten van je eigen werkplezier.” Stafadviseur Arbo
Veelgestelde vragen over de Arbovisie 2040
Wat is het doel van de Arbovisie 2040?
De Arbovisie 2040 wil dat werkenden zo gezond en veilig mogelijk werken en geen gezondheidsklachten aan hun werk overhouden, ook niet na hun pensioen. De onderliggende ambitie: niemand overlijdt of wordt ziek door het werk.
Wat is het verschil tussen Arbovisie 2040 deel 1 en deel 2?
Deel 1 en deel 2 zijn opeenvolgende SER-adviezen over de visie. Het tweede advies, uit mei 2025, legt de nadruk op het versterken van preventie en op arboregels die effectiever en beter uitvoerbaar zijn.
Wat betekent de Arbovisie 2040 voor werkgevers?
Vooral een verschuiving van herstellen naar voorkomen. Je wordt gevraagd werkdruk en PSA serieus als arbeidsrisico te behandelen en het werk zo in te richten dat mensen gezond blijven, juist nu personeel schaars is.