Herstellen van cognitief belastend werk in meld- en controlekamers
In veel meld- en controlekamers voeren werknemers taken uit die langdurige en intensief aandacht en concentratie vereisen. Deze zogenoemde vigilantietaken, zoals cameratoezicht, verkeersleiding en procesbewaking, worden gekenmerkt door een hoge mentale werkbelasting en een voortdurende noodzaak tot concentratie en focus. Onderzoek laat zien dat mensen niet goed zijn in dit soort taken, en dat deze taken gepaard gaan met mentale vermoeidheid, stress en afname van prestaties. In deze white paper zoeken we uit hoe herstel van mentale belasting werkt en hoe we het effectief kunnen organiseren.
Hoe werkt herstel
Het effort–recovery model van Meijman en Mulder is een veelgebruikt kader voor het begrijpen van herstel. Volgens dit model leidt het leveren van inspanning (effort) tijdens werk tot mentale vermoeidheid, stress en verminderde prestaties. Herstel (recovery) treedt op wanneer de belasting tijdelijk wordt verminderd of onderbroken, waardoor psychofysiologische systemen weer kunnen terugkeren naar een basistoestand. Bij vigilantietaken zonder voldoende herstelmomenten ontstaat opgetelde mentale vermoeidheid, wat uiteindelijk kan leiden tot gezondheidsklachten.
Onderzoek naar herstel was traditioneel vooral gericht op herstel in de avonden, weekenden en vakanties, waarbij herstelprincipes zoals psychologisch afstand nemen van werk, ontspanning, leerervaringen en autonomie werden onderscheiden. Herstel tijdens het werk en herstel buiten werktijd vormen echter samen een continu herstelproces. Onvoldoende herstel tijdens werktijd leidt tot afname van alertheid en een hogere herstelbehoefte buiten werktijd, vooral bij taken met hoge mentale werkbelasting.
Herstel van fysieke belasting en herstel van mentale belasting vertonen zowel overeenkomsten als verschillen. In beide gevallen gaat het om het terugkeren van het functioneren naar een basistoestand na inspanning. Zowel fysieke als mentale inspanning activeren stressgerelateerde processen en vereisen herstel om gezondheid en prestatie te behouden. Waar fysieke belasting afneemt zodra de fysieke activiteit stopt, kan mentale belasting voortduren door aanhoudende eisen aan aandacht. Een belangrijk verschil is dat mentale belasting minder zichtbaar is. Medewerkers herkennen mentale vermoeidheid vaak minder goed, waardoor herstelmomenten vaak te laat worden genomen.
Vigilantietaken vereisen intensieve mentale arbeid die op den duur gepaard gaat met stress en mentale uitputting. Dit speelt op drukke momenten, maar ook als het rustig is in de meld- of controlekamer is het langdurig vasthouden van waakzaamheid een mentaal belastende taak. Zonder herstelmomenten gedurende de dienst is een afname van prestaties vrijwel onvermijdelijk.
Effectiviteit van herstel
Onderzoek laat zien dat herstel tijdens het werk effectief is in het ondersteunen van welzijn en prestaties, met name bij taken die een hoge mate van aandacht en mentale inspanning vereisen. De effectiviteit van herstel wordt echter sterk bepaald door hoe, hoe vaak en waarmee herstelmomenten worden ingevuld.
Micro-pauzes (pauzes tussen de 30 seconden en 10 minuten) zijn effectief in het verhogen van vitaliteit en alertheid en het verminderen van vermoeidheid. Voor prestatie bij cognitief zeer veeleisende taken is er echter nauwelijks effect. Een mogelijke verklaring is dat korte pauzes wel energie herstellen, maar onvoldoende zijn om de diepere cognitieve hulpbronnen te herstellen die voor complexe taken nodig zijn.
Voor langere pauzes geldt dat ze vooral effectief zijn wanneer ze voldoende afstand creëren tot de taak. De effectiviteit van herstel hangt daarom samen met de invulling van de pauze. Passieve rust of lichte fysieke activiteiten ondersteunen herstel, mits de pauze leidt tot “psychologische afstand” van de primaire taak en tot ontspanning. Pauzes met een invulling die een beroep doet op cognitieve vermogens (bijvoorbeeld e-mailen of scrollen op sociale media) dragen minder bij aan herstel.
Taakroulatie kan effectief zijn wanneer de andere taken een kleiner beroep doen op waakzaamheid en alertheid. Taakonderbrekingen die echte rust bieden zijn effectiever dan onderbrekingen met vergelijkbare of iets lichtere cognitieve eisen. Het is daarom cruciaal dat taakroulatie leidt tot een daadwerkelijke reductie van mentale werkbelasting en met name een lager beroep doet op continue waakzaamheid.
Er bestaat geen eenduidigheid over de vraag of zelfgekozen of vooraf geplande pauzes beter zijn. In veel meld- en controlekamers zijn spontane pauzes sowieso niet mogelijk, waardoor vooraf geplande rustpauzes en taakwisselingen noodzakelijk zijn. Pauzes om de twee uur zijn gebruikelijk en helpen de opbouw van risico te beperken, maar onderzoek suggereert dat aanvullende korte pauzes gunstig kunnen zijn, omdat ze aansluiten bij momenten van vermoeidheid.
Conclusies
Herstel tijdens werk hangt samen met meer energie, betere prestaties en meer welbevinden. Herstelmomenten onderbreken de opbouw van mentale belasting en ondersteunen het behoud van aandacht en energie. Vigilantietaken in meld- en controlekamers stellen hoge eisen aan mentale capaciteit en zijn gevoelig voor prestatieverlies bij onvoldoende herstel. Herstel tijdens het werk is essentieel en kan niet worden vervangen door alleen herstel buiten werktijd. De bouwstenen voor ontwerp van gezond werk met duurzame prestaties zijn micro-breaks, lage cognitieve belasting tijdens echte pauzes, en goed doordachte taakroulatie.
Meer weten?
Neem dan contact op met Guido voor het bespreken van de mogelijkheden.





